Natuurlijke vissterfte;

Sterven hoort bij het natuurlijk evenwicht. Het is een verschijnsel dat deel uitmaakt van de levensloop van van elk organisme, waaronder ook de vissen. Een dode vis is daarom niet noodzakelijk een reden tot bezorgdheid.

Elk visbroed bevat duizenden eieren en kan potentieel duizenden nakomelingen geven. Veel van deze nakomelingen worden echter al van in het begin belaagd. Eten en gegeten worden is immers dagelijkse realiteit in de natuur.
Ook ouderdom is een natuurlijk fenomeen. In dit verband is het niet abnormaal dat men af en toe één of meerdere dode vissen in een water kan opmerken. In het voorjaar gaan vissen paaien en kuit schieten. Dit is voor de vis een uitputtende tijd. Oudere vissen met een verminderde conditie kunnen daarbij door uitputting of opgelopen verwondingen overlijden.
Dit noemt men paaistress.

In een evenwichtige omgeving zorgen visetende vogels zoals aalscholvers of reigers en ook roofvissen voor de natuurlijke uitdunning van het visbestand.

Dode vis

Op bepaalde watertypes zoals ondiepe vijvers met weinig beschutting blijkt dat leeftijdsklassen op een onnatuurlijke manier volledig wordt leeggegeten. Belaagde vissen die als prooi te groot zijn, vertonen daarbij op de rug vaak typische V-vormige verwondingen (pikplekken), waaraan ze ze door een secundaire infectie kunnen sterven.
Infectie- en andere ziekten zijn in principe natuurlijke verschijnselen, maar ze worden vaak verspreid of in de hand gewerkt door menselijke tussenkomst. In veel gevallen kan men dus niet meer over "natuurlijke" sterfte spreken.

Zolang vissen niet door milieuverstoringen doodgaan, zijn ouderdom - ziekte of predatie dus de meest voorkomende doodsoorzaken.