Over de Snoek;

Je hebt vast wel eens van de snoek gehoord. Hij leeft in diepe donkere wateren met veel planten. De snoek verslindt allerlei dieren. De snoek is een mooie vis en hij doet geen mens kwaad. Hij zou gek zijn als hij ons kwaad zou doen. De snoek heeft grote ogen en een grote bek. De snoek is een roofvis dat betekent dat hij allerlei dieren verslindt. Maar ben maar niet bang dat de snoek de mens verslindt, want dat doet hij niet.

Drillende snoek

De snoek voelt zich thuis in wateren met begroeide oever en veel waterplanten. Hij zoekt een plekje vlak aan het oppervlak. Daar ligt hij doodstil ook als het water stroomt. Dat noemen we het staan van de snoek. De snoek heeft een goede camouflage daardoor vangt hij veel vissen. De ongeveer 700 tanden en tandjes zorgen ervoor dat de vis niet meer kan ontsnappen. De snoek achtervolgt niet maar wacht tot de vis komt en dan PATS !!!! gevangen. De snoek vangt van alles van vis tot en met kleine zoogdiertjes. De rug is bruingroen. Met op de kop goudkleurige stippeltjes. Op de flanken zitten licht gekleurde streepjes. Dus hij heeft en goede camouflage. De flanken krijgen een uitbedding van geel naar groen.

Gevangen snoek.

De paartijd van de snoek is van maart tot mei. De snoeken zoeken dan ondiep water. Meestal is er een groot wijfje met twee of drie mannetjes. Hoe groter het wijfje hoe meer eitjes er gemaakt kunnen worden. (Minimaal 100.000 en Maximaal 1.000.000.) Ongeveer 95 % van de eitjes word opgegeten. Dus er moeten veel eitjes worden gelegd. Een eitje is ongeveer 12 en een halve centimeter lang. De kleur van het eitje is okergeel.

De jongen worden niet verzorgd. De jongen van de snoek eten: Watervlooien, Muggenlarven en kleine Waterinsecten. Als ze 3 tot 4 cm. zijn, eten ze visjes. Als het jong geluk heeft leeft hij na een jaar nog. De snoek is dan rond de 20 cm. lang. Als de snoek 3 jaar is, is hij geslachtsrijp. Dat betekent dat hij kan paaien. Hij weegt dan zo'n drie kilo en is 40 tot 50 cm. lang. Als ze tussen de 5 en 7 jaar zijn wegen ze 8 tot 12 kilo. En nog iets belangrijks: Hoe meer de snoek eet, hoe groter de snoek wordt. Zeer grote snoeken zijn erg zeldzaam. Ze komen meestal in Oost-Europa voor en zijn 40 of 60 jaar oud.

Identificatie: Lang en slank torpedovormig lichaam met de rug en buikvin dicht bij de staartvin. Een spitstoelopende platte bek met een stevige onderkaak, de bek gevuld met honderden kleine scherpe tanden.

De Kleurstellingen: Een bruin met groene gloed, de flanken een groene gloed met goudkleurige vlekken en of strepen. Elke vis heeft een uniek kleur en vlekken patroon. De verschillende soorten water hebben een duidelijke invloed op de kleurstelling van de vis, zo is een vis gevangen in helder water donkerder gekleurd als een vis uit troebel water.

De leefomgeving: Meren, zandafgravingen, rivieren ,kanalen en slootjes. De snoek komt in de meeste wateren voor. De jonge vis houdt zich op in de ondiepe wateren onder dekking van waterplanten. De volwassen exemplaren leven verstopt in de diepere delen onder beschutting van de begroeiing.

Voedsel: De jonkies eten kleine visjes, kikkervisjes en larven. De grote vissen eten vis, kikkers en de grootste vissen eten zelf ratten en jonge eenden. De snoek is een kannibaal en als zich de mogelijkheid voordoet zal hij ook en soortgenoot eten, zelfs eentje die net zo groot is al hijzelf.

De Snoek komt voor van Noord Europa tot Ierland en van Noord ScandinaviŽ oostwaarts door Rusland en SiberiŽ en in Noord Amerika waar ze de Northern Pike genoemd worden.