Vissen op Blankvoorn;
Blankvoorn

Een schoolvoorbeeld van vergane glorie, dat is de blankvoorn. Eens was hij de belangrijkste sportvis uit onze wateren. Tot de mens, weer eens, ingreep en massaal begon met het uitzetten van tonnen en nog eens tonnen grote en kleine brasem. In Vlaanderen werd men plots verliefd op grote Hollandse brasems. Deze zette men uit omdat brasem heel wat goedkoper was dan de blankvoorn. ook omdat ze makkelijker kunnen gevangen worden en omdat brasem ook flink doorweegt bij de wedstrijdvisser. En zo verloor de blankvoorn niet alleen zijn titel van meest geliefde sportvis, hij werd ook door de brasem verdrongen. Omdat de brasem de lelijke gewoonte hebben de grond om te woelen op zoek naar eetbare insectenlarven en diens meer. Zo maken ze het water erg troebel en de blankvoorn is daar niet geschikt voor. Gelukkig heeft het Vlaams beheer besloten geen brasem meer uit te zetten in openbaar water, want ook in onze kanalen zwemmen meer brasems dan goed is. terwijl 90 % van de Vlaamse visvijvers totaal verbrasemd is en er nog amper een plaatsje overblijft voor enkele blankvoorns. Reden waarom heel wat Vlaamse voornvissers naar Nederland trekken om daar op blankvoorn te gaan vissen. Hier kennen we nog slechts enkele goede voornvijvers, enkele kanalen waarin we nog met succes op blankvoorn kan vissen, en een paar bovenlopen van rivieren met een goede voornbezetting.

Wat hoeven we te weten:

De blankvoorn voedt zich hoofdzakelijk met muggenlarven, raderdiertjes, allerhande insectenlarve en waterdiertjes, ook wel plantendelen. De eindstandige bek wijst erop dat de blankvoorn geen echte bodemvis is, maar dat hij zowat overal kan aangetroffen kan worden. Soms zwemmen de scholen tegen de waterspiegel, dan weer op halve diepte en ook wel tegen de bodem. Men moet als het ware ontdekken waar en waarop de voorns azen om ze te kunnen vangen. Naar de winter toe verzamelen de blankvoorns in grote scholen ergens in rustig, vrij diep water, bijvoorbeeld in talrijke haventjes. In het koude seizoen is daar een massa voorn te vangen. Zo heb ik kunnen ervaren dat ik op een en dezelfde plaats, op dezelfde diepte, kleine voorntjes ving met vleesmaden, middelmatig met brooddeeg en flinke voorns met kempzaad. Blankvoorn wordt zelden langer dan 35 cm en zwaarder dan 1 kg. Blankvoorns die aangeboden worden bij competities om de zwaarste vis en die meer dan 40 cm lang zijn, zijn meestal geen blankvoorns, maar wel windes of kopvoorns. Een vis van om en bij de 500 gr vraagt natuurlijk geen extra zwaar tuig. Een snoertje in 0.10 mm moet kunnen volstaan om elke voorn op het droge te krijgen. Persoonlijk gebruik ik zelfs 0.08 samen met een haakje nr. 18-20, naargelang het aas dat ik gebruik. Hou het dus licht, dan krijg je vast en zeker ook meer aanbeten. En, zoals reeds eerder gezegd: zoek de voorns op. Tast de waterlagen net zolang tot je de school gevonden hebt.

Met levend aas:

De meeste hengelaars zijn erg gemakzuchtig. Ze zullen zelden op zoek gaan naar waterbeestjes waarmee men toch vaak best voorns kan vangen. Liever kopen ze in een hengelsportwinkel een portie vleesmaden en/of muggenlarve (vers de vase), en dat zijn allebei zeer goede aassoorten voor blankvoorn. Grote rode muggenlarve samen met kleine vers de vase in het lokvoer is zelfs onovertrokken voor de vangst van blankvoorn. Het enige is dat men er vaak de kleinere voorns mee vangt, samen met baarsjes, posjes, zonnebaarsjes en alvertjes. Een flinke vleesmade vangt eveneens erg goed. Ook hier verdient de aanbeveling om kleine vleesmaden in het lokvoer te mengen. Zelf vis ik met vaak op blankvoorn met één of twee kleinere maden op de haak in plaats van grote maden, en met succes. Als het minder goed gaat met de vangst, moet men zeker niet meer lokaas uitwerpen, soms kan een caster (verpopte made) uitkomst brengen. Dan weer is een vleesmade samen met een rode muggenlarve uitkomst. Je zoekt maar jongens, welk aas de vis die dag lust, en natuurlijk ook op welke diepte hij aast. En probeer het toch maar eens met een of ander beestje dat zomaar voor het grijpen in het water kan gevonden worden.

Vissen met aardappel:

Wie vist er tegenwoordig nog met een stukje gekookte aardappel op blankvoorn? Een gesneden blokje, een gedraaid cilindertje of een geknabbeld bolletje aardappel laat best vangen. In de winkel kan je een aardappelsteker kopen, en daarmee krijg je van die mooie cilindertjes. Zorg ervoor dat uw aardappel niet te zacht gekookt is. Kook hem best in de schil. En na het koken snijd je de patat in twee helften en leg je die met de snede op een vloeipapier. zodat de knol flink uitdroogt. Toch eens uitproberen. En niet bang zijn om wat gekookte aardappel in uw lokvoer te verwerken, op een voorwaarde dat je niet overdrijft met uw lokaas. Voor een recreatievisser met een halve kilo lokvoer kunnen volstaan om een dagje prettig te vissen.

Vissen met Kempzaad of Hennep:

Kempzaadvissers zijn ongetwijfeld de specialisten onder de voornvissers. Wie goed met kemp overweg kan, mag zich een ware klassieke hengelaar noemen. En waarom vist dan niet elke voornvisser met kempzaad? Ik denk dat ze het te moeilijk vinden, zowel om kempzaad klaar te maken, als om het nootje op de haak te prikken. Vooraleerst kempzaad te koken zet je de kemp 24 uur te weken. Daarna in water koken tot de witte kiemen goed zichtbaar en de kemp goed open gaat. Vervolgens snel afkoelen met koud water en naderhand koel bewaren. Kempzaad doe je het beste met haak nr 18/20. Prik de haak tegenover de kiembasis, daar waar de kemp opengaat. Maak een draaibeweging met de kemp zodat de haakpunt in de kiembasis zit en de haak helemaal verborgen is. En vooral voor zorgen dat de haakpunt ongehinderd tussen de schelpen kan doordringen zonder daarin vast te geraken. Als men met kempzaad vist is het ook aan te raden met kemp bij te voederen. Een hennepplaats aanleggen neemt wel een paar dagen in beslag. Voeder bij voorkeur in de vroege morgen en dus niet 's avonds. Een greepje kemp moet kunnen volstaan. Een beetje fijngemalen kemp onder het lokvoeder kan wonderen doen. Wedden dat je na een tijdje, mits het nodige succes, echt verslaafd wordt aan kempzaadvissen.

Voor sportievelingen:

De tijd dat men blankvoorn ging vangen voor de pan is wel voorbij. De meeste mensen lusten geen blankvoorn omdat die te graterig is. In Oost-Europa en aan de Zwarte Zee wordt blankvoorn nog wel gewaardeerd. Hij wordt er zowel vers als gezouten en gerookt verkocht. Hier bij ons is blankvoorn alleen nog dienstig als aasvis voor snoek, snoekbaars, baars en paling. En verder is blankvoorn voor onze hengelaars, net als zovele andere vissen, niets meer dan een lustobject. Doden van een blankvoorn is niet meer verantwoord ook het bewaren in een leefnet is niet goed te keuren, blankvoorn is zeer kwetsbaar. Het beschadigen van de beschermde slijmhuid door het vastgrijpen met een droge en warme hand is voldoende om de vis alle overlevingskansen te ontnemen. Beschadigingen aan de huid, aan de vinnen, door het bewaren in een leefnet kunnen ook tot schimmelinfecties leiden, die eveneens dodelijk zijn.

Wie respect heeft voor de gevangen vis zal;

Het hoeft geen 50 kg te zijn om een wedstrijd te winnen. Winnen moet ook kunnen met een paar kilootjes blankvoorn.

blankvoorn