Brasemvisserij in woelig water.

Brasem
De brasem is een grijsbruin gekleurde karperachtige vis, met zilverkleurige flanken die bij het groter worden meer bronskleurig worden. De brasem, zeker de kleine, kan verward worden met de kolblei. De brasem heeft 12-14 schubben tussen rugvin en zijnlijn (kolblei 8-10), een kleiner oog en een ver uitstulpbare bek. De vis kan 90 cm worden.

Het klinkt misschien een ietsje ongewoon als ik je vertel dat de meeste en vooral grootste brasem zit in zacht tot snelstromende water, ja zelfs woelig water. Grote brasems die vooral leven van wormen, kleine erwtenmosseltjes en muggenlarven, houden van een bodem zonder veel modder. Op plaatsen waar het water ietsjes sneller stroomt, wordt de bodem door de stroming schoon gehouden en heeft de brasem minder zeefwerk nodig om zijn voedsel te grijpen. Voor sommige hengelaars (en dan vooral de wedstrijdvisser op private vijvers) klinkt het ook ongewoon als ze horen bat de brasem een specifieke bodemvis is. Want tijdens de wedstrijden vangen zij immers heel wat brasem op halve diepte. Hoe kan dat nu als de brasem een bodemvis is?


Om dit te verklaren moet men het hebben over twee dingen;

Ondermeer vleesmaden en muggenlarven stijgen wel eens terug naar de oppervlakte en worden tijdens hun klim door hongerige brasems achtervolgd. Deze honger en de veroorzaakte voedselconcurrentie zorgen ervoor dat de brasem kan gevangen worden op kleine dieptes, en een eind boven de bodem. Maar omdat dit verschijnsel niet helemaal natuurlijk mag genoemd worden en ook omdat we het hier niet hebben wedstrijdvisserij, laten we die alles buiten beschouwing bij wat volgt.

Passieve visserij:

Dus houden we ons bij de veronderstelling dat de brasem een specifieke bodemvis is, die dan ook best wordt gevangen op de bodem met de liggende lijn. Zwaar op de grond, zeggen de hengelaars en dit wordt best geïllustreerd door de Nederlandse brasemvissers met hun lange brasempennen die als een (schuine) vuurtoren ligt te wachten op een opsteker of een wegschuivende pen. Op die wijze, met minste één ballastloodje op de grond, vist ook de brasem- visser- recreatiehengelaar, zwaar op de grond, rustig en kalm, met alle tijd van de wereld voor zich! Brasemvissen wordt dan ook het meest beoefend in vijvers en stilstaande kanalen.

En in woelig water?

Vóór de grote waterverontreinigingen die onze Vlaamse rivieren hebben verpest, zwommen er kanjers van brasems, donkerbrons gekleurd, een dakpan breed! Een voorbeeld van een visser op de Bergse Maas. Ik viste er met een zware pauwenpen met het lood op de bodem. Telkens als een kolk over mijn aas raasde, hapte een kanjer van een brasem toe. Daar ving ik ooit een platzak van bijna 5 kg. Hoeveel dagen heb ik doorgebracht met het vissen op brasem in de Bergse Maas, daar in het zo snel aflopende of stijgende water. ging het water zo snel dat het er moeilijk roeien was. En toch gingen we telkens opnieuw al roeiend de stroom op, vloekend als we de wind tegen hadden of als we tegen de stroming op moesten roeien. Telkens weer zwerend er nooit meer aan te beginnen en steeds hervallend, zodat we uiteindelijk van al dat roeien lange armen hebben gekregen. Ter plaatse gekomen werd het anker uitgeworpen en lieten we de boot zich vastklemmen aan de gestrekte ankerketting. Gewapend met een kort, soepel werphengeltje zetten we ons dan achter op het bootje met het gezicht stroomafwaarts en lieten de zware voederveer, volgepropt met lokvoeder, achter ons bootje neer. Meestal duurde het niet zo lang vooraleer de brasem ons voederspoor had gevonden en ook het aas op de haak. Ofwel visten we met brooddeeg, broodpluim, korst of vlok, ofwel een paar vleesmaden op de haak. Of het water er flink stroomde, mag blijken uit het fijt dat we soms een voederveer van 100 gr nodig hadden om het aas tegen de bodem te houden. Op die wijze werden er tonnen en nog eens tonnen wilde brasem weggevangen, sommige dagen wel meer dan een mens dragen kan. Veel van deze brasems zijn nodeloos meegenomen en uiteindelijk op een mesthoop of in een vuilbak terecht gekomen. Gelukkig zijn de meeste hengelaars wel wat wijzer geworden en wordt er nog bitter weinig brasem meegenomen.

En nu?

Praten over vroeger, vertellen over toen, dat is je reinste nostalgie en het brengt geen visje op de dijk. Kan dat nu nog: op brasem vissen in woelig water? Wie daaraan twijfelt die kan best eens een kijkje gaan nemen langs het kanaal Herentals-Bocholt, nabij de sluizen. Daar zitten ze nog, de verstokte en honkvaste brasemvissers. In de buurt van sas II en sas III zitten ze dagelijks te vissen, op amper 50 meter o,der de sluis, in zó woelig water dat er met de pen niet te vissen valt. daar zitten brasemvissers als buren van snoekbaarsfanaten en ze genieten. De hengel is hooguit 8 meter. Als de hengel in de steunen ligt, rust de voederveer op de bodem en is de lijn gestrekt zodat elke aanbeet onfeilbaar geregistreerd wordt via de soepele hengeltop. Het platdrukken van de spiraalvoederveer gebeurt om het rollen van de voederveer te beletten. Deze brasemvissers van het Kempisch kanaal vangen geen tientallen per dag, het zijn meestal hengelaars van derde leeftijd. Sommige vissers vangen deze brasems en nemen ze mee naar huis voor te eten. Als deze brasem goed is klaar is gemaakt smaakt hij zeer goed. Wat kan een mens nu hebben tegen zulke panvisser, persoonlijk heb ik daar geen problemen mee zolang er maar geen brasems nodeloos verloren gaan.

Alternatieven:

Tijdens het vissen op brasem in woelig water vangt men natuurlijk ook wel eens andere vis. Bijvoorbeeld een grote blankvoorn, of een winde, zelfs een kopvoorn. En het kan ook al eens een karper zijn die aangelokt wordt door het uitgezette reuk- en smaakspoor. Het vangen van een onverwachte vis kan alleen maar de spanning en het hengelgenoegen nog vergroten.

Mochten jullie eens een ervaring beleven, laat het me gerust weten. Wanneer het verhaal mooi is zal ik het opnemen in mijn site met de auteursnaam.

brasem brasem